woensdag 27 november 2013

Nederland's Patriciaat deel 92 (2013)

Eind vorige week verscheen het 92e deel van Nederland's Patriciaat (NP), waarin genealogieën van zes geslachten zijn opgenomen. Hiervan zijn er twee niet eerder gepubliceerd en drie langer dan zevenentwintig jaar geleden. De genealogie Van Brakel is een herziene editie van deel 91.  De andere heropnamen zijn Bake (Van den Wall Bake en De Menthon Bake), Blomhert, Everts en De Loos. Nieuw zijn Oosterbaan (Sneek) en Roes.

De grootste families zijn die van Bake en Everts evenals de voor het eerst opgenomen familie Roes. Bake is oorspronkelijk afkomstig uit Bremen en nazaten vertrokken omstreeks 1750 naar Amsterdam en Rotterdam en later naar Utrecht. Vanaf het begin van de 19e eeuw ontwikkelden zich drie takken: Bake, Van den Wall Bake (de grootste) en De Menthon Bake. De eerste generaties waren kooplieden, muntmeesters en ijzergieters, cargadoors en later directeuren in o.a. bank- en verzekeringswezen.  Verder waren Bake’s officieren en rechters, onder meer in Nederlands-Indië waar ze vanaf omstreeks 1840 hebben gewoond.  

Philip Pelgrim Everts (1783-1843) en 
Caroline Henriette Bake (1785-1850)
Everts is afkomstig van Kempen in het Duitse Nederrijngebied. Vanaf 1679 ontstond een tak in Nederland, eerst in Nijmegen en later te Arnhem. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw steeg de familie snel op de sociale ladder, waarbij Jacob Nicolaas Everts (1785-1846) in 1821 in de adelstand werd verheven. Latere generaties van de patricische tak waren o.m. artsen, hoge ambtenaren, fabrikanten, kooplieden (tabak), assuradeurs, officieren, burgemeesters enz., met subtakken in Amsterdam, Twello, ’s-Hertogenbosch, Nederlands-Indië en Nieuw-Zeeland.  Roes is een katholieke familie uit de Oude IJsselstreek en Overbetuwe, die in de tweede helft van de 19e eeuw opkwam in het lokale en regionale bestuur. Nazaten waren verder werkzaam als lederfabrikant, advocaat, rechter, notaris (tenminste 7x), arts, burgemeester enz. Opvallend zijn de verschillende huwelijken met leden van de patriciaatsfamilies Schaepman (7x) en Deurvorst (4x). Het totale aantal huwelijkse relaties met voornamelijk katholieke patriciaatsfamilies is met dertig zeer aanzienlijk.            

Kleinere families zijn Blomhert, De Loos en Oosterbaan. Blomhert is een kleine familie uit Haaften en vanaf het einde van de 17e eeuw te Zaltbommel, waar ze opklommen tot onder andere schepen, burgemeester, kerkmeester en vrederechter. Andere beroepen waren o.a. graankoper, fabrikant, predikant en apotheker. De jongere generaties waren o.m. arts, notaris, uitgever, rechter, directeur en manager. Ook maakten enkelen fortuin in Oost-Indië.
De bakermat van de familie De Loos is de Nederbetuwe en Gorinchem, vanwaar ze in het begin van de 18e eeuw terechtkwam in Rotterdam. Daar werden ze welvarend in de tabakshandel. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw kwamen beroepen als medicus en apotheker voor, verder in de diplomatie. Respectievelijk in 1884 en in 1999 zijn de dubbele namen Neuman de Loos en Dietz de Loos bij KB geregistreerd.
Tenslotte, Oosterbaan is een Friese familie afkomstig uit Sneek en (nog) niet aantoonbaar verwant aan de Harlingse Oosterbaans, die in deel 77 van NP zijn beschreven. De eerste generaties in de 17e eeuw waren  lijndraaiers of touwslagers. De naam Oosterbaan is daarvan afgeleid. Ze waren er toen tevens vroedsman, schepen en burgemeester. Vanaf het einde van de 18e eeuw legde men zich toe op de veefokkerij in Noordwest-Friesland. Ze waren er grote herenboeren, die mede aan de wieg stonden van het beroemde Friese stamboekvee. Qua sociale categorie behoorde de familie Oosterbaan tot de Friese boerenadel, vergelijkbaar met bekende families als Wassenaar en Galama.

Nederland’s Patriciaat 92 (2013) is en uitgave van het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) te ’s-Gravenhage. Deel 92 telt XVI en 472 pagina’s, met drie schema’s, tien wapentekeningen, 76 familieportretten, een lijst van 1791 opgenomen geslachten in 92 jaargangen en met een register. ISBN 978-90-5802-098-7.

De prijzen zijn voor:
Vrienden CBG € 47,- (afgehaald) en € 52,- (per post);
Niet-Vrienden € 52,50 (afgehaald) en € 57,50 (per post).

Nederland’s Patriciaat deel 92 (2013) is te verkrijgen bij
Centraal Bureau voor Genealogie, Prins Willem Alexanderhof 22, Postbus 11.755,
2502 AT DEN HAAG, tel. 070 - 3150 510, internet: www.cbg.nl.

Per email te bestellen bij het CBG onder vermelding van CBG-artikelnummer 83992.

donderdag 21 november 2013

Voor Ons en Ons Huis. Meer dan 100 jaar Huisorde van Oranje

Op donderdag 21 november vond in de Beresteynzaal van het CBG de presentatie plaats van Voor Ons en Ons Huis. Meer dan honderd jaar Huisorde van Oranje 1905-2005 (2011). De presentatie vormde de feestelijke afsluiting van een project dat Kees Mulder en Peter Christiaans dertien jaar geleden begonnen. De ondertitel verwoordt heel beknopt de strekking van het boek.

Voor Ons en Ons Huis beschrijft de geschiedenis en de betekenis van de Huisorde. Een groot deel van de 456 pagina’s wordt in beslag genomen door lange lijsten van gedecoreerden in de verschillende klassen, met waar mogelijk geboorte- en eventuele overlijdensdatum, functie en literatuurverwijzingen. Uiteraard is het boek voorzien van een index op naam. De Huisorde is de enige Nederlandse onderscheiding die de koning zonder ruggespraak kan verlenen en een overzicht van gedecoreerden geeft een boeiende inkijk in het hofleven.

Peter Christiaans overhandigde de eerste exemplaren aan mr. F.W. Kist, kanselier van de Huisorden, en aan mevr. drs. M.E. Spliethoff, auteur van vele werken over de geschiedenis van het Huis van Oranje-Nassau en oud-voorzitter van de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau. De uitgave kwam mede tot stand dankzij een genereuze gift van de Koninklijke Vereniging van Leden der Nederlandse Ridderorden.

Het fraai ingebonden boek kost € 39,95 (Vrienden betalen € 34,95), Bij afhalen aan de balie van het CBG in Den Haag geldt € 5,- korting. Het boek kan per email worden besteld onder vermelding van artikelnummer (88641) en eventueel Vriendennummer.

donderdag 31 oktober 2013

Deftig en ondernemend Amsterdam 1870-1910


De negentiende eeuw is een tijd van enorme veranderingen. Nog natrillend van de schok van de Franse Revolutie en de daarop volgende Franse overheersing is Nederland opeens een koninkrijk geworden, met een nieuw bestuurssysteem. Nieuwe technische ontwikkelingen en mogelijkheden vragen om besluitvaardigheid en durf. De moderne tijd laat oude handelshuizen financieel wankelen.

Veel oude Amsterdamse patricische families konden zich maar moeilijk handhaven. Een nieuwe elite, deels bestaand uit doopsgezinden en joden, betreedt het toneel. Een voorbeeld is Jan Boissevain, die op tijd het belang van de stoomvaart inzag, en de Stoomvaart-Maatschappij “Nederland” oprichtte, waarmee hij een snelle verbinding met Indië tot stand bracht.

Leden van de nieuwe elite hadden vanzelfsprekend ook de behoefte om elkaar te ontmoeten, om te netwerken en te ontspannen. Dat leidde bijvoorbeeld tot de bouw van het Concertgebouw, de oprichting van de Groote Club, en de stichting van het Stedelijk Museum en het Dames-Leesmuseum. In de jaren 1870 ontstonden talloze nieuwe organisaties, verenigingen en instellingen – waaronder ook die voor sociale zorg, zoals het Burgerziekenhuis.
Barbara van Vonderen schreef over deze nieuwe elite het boek Deftig en ondernemend Amsterdam 1870-1910. Daarin beschrijft zij uitgebreid de netwerken – door huwelijken, maar ook bijvoorbeeld door gezamenlijke schooljaren op het nieuwe onderwijsinstituut Noortheij – die in de nieuwe elite ontstonden. Ook de specifiek voor of door vrouwen opgerichte organisaties en verenigingen spelen een belangrijke rol in de laat-negentiende-eeuwse samenleving. Opvallende afwezige in het boek is de katholieke elite. Belangrijke families als Brenninkmeijer, Alberdingk Thijm, Vroom en Dreesmann hebben juist in de beschreven periode een grote invloed gehad op het straatbeeld en de economie van de stad. In bestuurlijke functies werden zij tot in het begin van de twintigste eeuw niet toegelaten; dat zal hun afwezigheid verklaren.

Barbara van Vonderen, Deftig en ondernemend Amsterdam 1870-1910 (Meulenhoff 2013) € 27,95

dinsdag 27 augustus 2013

Kastelen in Gelderland



Op 5 september 2013 wordt het langverwachte overzichtswerk Kastelen in Gelderland gepresenteerd. Gelderland, de grootste provincie van Nederland, is rijk aan kastelen die nauw zijn verbonden met de Gelderse geschiedenis en met de ontwikkeling van het landschap. Kastelen vormden vaak het centrum van een machtsgebied, zoals een heerlijkheid, een graafschap of een hertogdom. De locatie van een kasteel binnen zo’n gebied werd bepaald door verschillende factoren, zoals de aanwezigheid van een rivier of een belangrijke handelsroute. Ook in de vorm van de kastelen is er grote verscheidenheid. Ze werden aangepast aan veranderende wooneisen en verdedigingstechnieken.

In de vijftiende en zestiende eeuw verloren de meeste Gelderse kastelen hun defensieve functie. Verschillende burchten werden afgebroken en al dan niet vervangen door landhuizen of buitenplaatsen. Vanaf de negentiende eeuw zijn verschillende Gelderse kastelen gerestaureerd, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog raakten veel van de nog overgebleven kastelen alsnog zwaar beschadigd. Van de circa 390 middeleeuwse kastelen en burchten die zijn gebouwd in Gelderland, zijn er daardoor nu nog zo’n 170 over. Veel daarvan, zoals de indrukwekkende middeleeuwse burcht Ammersoyen, zijn tegenwoordig toegankelijk voor het publiek.

Kastelen in Gelderland – het eindproduct van een vruchtbare samenwerking tussen het Gelders Genootschap, Gelders Erfgoed, het Gelders Archief, de Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen en Uitgeverij Matrijs – bestaat uit een gedeelte met algemene hoofdstukken en een gedeelte met kasteelbeschrijvingen. In de inleidende hoofdstukken wordt onder meer aandacht besteed aan de geografische ligging van de kastelen, de veranderende politieke omstandigheden vanaf de middeleeuwen, de families en bewoners en bouwkundige ontwikkelingen. Ook de ontwikkeling van tuinen, parken en landschappen komt aan de orde, alsmede de veranderingen in het gebruik van de kasteelcomplexen en de kastelen die uit het landschap zijn verdwenen. De kasteelbeschrijvingen zijn per gemeente gerangschikt: alle 56 Gelderse gemeentes komen aan bod. Het boek is rijk geïllustreerd met historische afbeeldingen, plattegronden en foto’s.

J. Jas e.a. (red.), Kastelen in Gelderland
616 blz. | 22 x 28 cm | genaaid gebonden | rijk geïllustreerd in kleur
ISBN 978 90 5345 410 7
Prijs: tot 1 januari 2014 slechts € 49,95 (daarna € 59,95)
Te koop in de Gelderse boekhandel en op www.matrijs.com

woensdag 7 augustus 2013

Inhoud Virtus, jaargang 2012

Virtus, Jaarboek voor Adelsgeschiedenis, is sinds 2003 het rijk geïllustreerde jaarboek van de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis. Naast een aantal kortere artikelen, boeksignaleringen en discussiebijdragen bevat Virtus 2012 (jaargang 19) de volgende hoofdartikelen:
  • Op naar revisie en synthese.Recente trends in het onderzoek naar de adel in de middeleeuwse Nederlanden, door Arie van Steensel
  • Adel en staat in vroegmodern Europa. De omkering van een geschiedbeeld, door Jeroen Duindam
  • Adel tijdens Opstand en Republiek. Oude en nieuwe perspectieven, door Conrad Gietman
  • Aristocratische distinctie en aan de top blijven. Dertig jaar onderzoek naar de Nederlandse adel in de lange negentiende eeuw, door Yme Kuiper
  • Why and how does the Dutch nobility retain its social relevance?, door Simon Ungerand en Jaap Dronkers
  • Educating Johan Willem Friso (1687-1711) of Nassau-Dietz Huguenot Tutorship at the Court of the Frisian Stadtholders, door Michaël Green
  • Kunst verzamelen, mecenaat en statusvertoon De verzamelingen van Hendrik van Slingelandt (1702-1759) als distinctiemiddel, door Martin van den Broeke

Leden van de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis ontvangen Virtus ieder jaar kosteloos. Een lidmaatschap kost € 20,- (Studenten € 15,-). Zie website.

maandag 10 juni 2013

Overzicht van inhoud Rode Boekje deel 97, Vos-Wil

Deze week verschijnt het een-na-laatste deel in de zogenaamde Nieuwe Historische Reeks van  Nederland's Adelsboek, die loopt vanaf 1988 (Deel 79).  Het betreft deel 97, Vos-Wil. Voor vaste afnemers wordt het nieuwe deel nog deze week op de post gedaan.

In het nieuwe deel staan de volgende families:
De Vos van Steenwijk, Vosch van Avesaet, Van Vredenburch, Van Vrijberghe, Vrijthoff, Van de Wall, Warin, De Warzée d'Hermalle, Van Wassenaer, De Watteville, Waubert de Puiseau, Van Weede, Berckmans de Weert, De Weichs de Wenne, Von Weiler, Wentholt, Wesselman, Van Westerholt, Van Westreenen van Tiellandt, Van Wevelinchoven de Sittert, Wichers, Van der Does de Willebois.

Het NA kan per email worden besteld bij het CBG onder vermelding van CBG-Artikelnummer 85000.

Prijzen bij verzenden: vrienden € 58,00, niet-vrienden € 63,00
Prijzen bij afhalen aan de balie van het CBG: vrienden € 53,00, niet-vrienden € 58,00

De prijzen voor afname van de hele serie tot nu toe (Deel 79 t/m 97):  
Verzenden: vrienden € 684,95, niet-vrienden € 751,45
Afhalen: vrienden € 649,6,  niet-vrienden € 716,10

Het laatste deel tot en met de Z (deel 98) verschijnt medio 2014.

donderdag 2 mei 2013

Koninklijke Familie en Koninklijk Huis


Gisteren, 1 mei 2013, benoemde Koning Willem-Alexander zijn neef prins Maurits tot zijn adjudant in buitengewone dienst. In die functie kan Maurits de Koning vertegenwoordigen tijdens ceremoniële militaire aangelegenheden. Door de troonswisseling maakt Maurits geen deel meer uit van de lijn van erfopvolging. Ook is hij niet langer lid van het Koninklijk Huis. Hij blijft wél lid van de Koninklijke Familie. Wat is eigenlijk het verschil tussen die twee begrippen?

De vraag wie er wel en wie er niet tot het Koninklijk Huis behoorden, werd actueel ten tijde van het huwelijk van prinses Irene met de Spaanse kroonpretendent Carlos Hugo, dat haar uitsloot van de troonopvolging. Die duidelijkheid was gewenst omdat er ministeriële verantwoordelijkheid bestaat voor handelingen van het Koninklijk Huis die het openbaar belang raken. In 1985 kwam uiteindelijk de Wet lidmaatschap Koninklijk Huis tot stand (Stb. 1985, nr. 578). Die wet was zo geformuleerd, dat de hele Koninklijke Familie (de Koningin en haar echtgenoot, haar ouders, haar kinderen, haar zuster Margriet, haar echtgenoot en kinderen) daaronder viel – met uitzondering van prinses Irene en haar kinderen en prinses Christina en haar man en haar kinderen (vanwege het ontbreken van toestemmingswetten voor hun huwelijken).

Na discussie in het parlement over beperking van het aantal leden van het Koninklijk Huis werd deze wet in 2002 gewijzigd. De belangrijkste verandering is dat erfopvolgers in de derde graad geen lid zijn van het Huis. In de wet werd een bepaling opgenomen op grond waarvan prinses Margriet en prof. mr. Pieter van Vollenhoven lid zouden blijven van het Koninklijk Huis op het moment dat prins Willem-Alexander Koningin Beatrix zou opvolgen. Prins Friso behoort sinds 2004 niet meer tot het Koninklijk Huis, omdat de regering besloot geen toestemmingswet voor het huwelijk met Mabel Wisse Smit in te dienen bij de Staten-Generaal.
Sinds de troonswisseling op 30 april bestaat het Koninklijk Huis uit: Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima; de prinsessen Catharina-Amalia (Prinses van Oranje), Alexia en Ariane; prinses Beatrix; prins Constantijn en prinses Laurentien; prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven.

Tot de Koninklijke Familie behoren onveranderd – naast de al genoemde leden van het Koninklijk Huis – prins Friso, prinses Mabel en hun kinderen, prinses Irene met haar (aangehuwde) kinderen en kleinkinderen, de (aangehuwde) kinderen en de kleinkinderen van prinses Margriet, en prinses Christina en haar (aangehuwde) kinderen en kleinkind.

Zie voor meer informatie de website politiekcompendium.nl (niet helemaal correct als het gaat om de huidige samenstelling van het Koninklijk Huis); www.koninklijkhuis.nl; E.J. Wolleswinkel, Nederlands adelsrecht. Wettelijke adeldom als historisch gegroeid instituut (dissertatie; ’s-Gravenhage 2012).

dinsdag 19 maart 2013

Boek over diplomaat en rokkenjager Gerard Brantsen

 
Vrijdagmiddag 15 maart vond op huis Zypendaal in Arnhem de presentatie plaats van Bert Koenes boek Schijngestalten. De levens van diplomaat en rokkenjager Gerard Brantsen (1735-1809). Het boek vertelt het levensverhaal van een inmiddels vergeten, maar ooit heel bekende telg uit de machtigste regentenfamilie van Arnhem. Koene las duizenden nagelaten brieven van Brantsen, die in de Bataafs-Franse tijd deel uitmaakte van het Staats Bewind en ook ambassadeur in Parijs was. Die brieven schetsen niet alleen een spannend beeld van het tumultueuze politieke leven in een tijd van revolutie, maar bevatten ook details over het persoonlijke leven van een onverbeterlijke rokkenjager. Het boek is uitgegeven door Uitgeverij Verloren.