dinsdag 15 juli 2014

Adellijke leefwerelden in het oosten van Gelderland

Afgelopen maanden verschenen twee studies die een indringend beeld schetsen van de levenssfeer van de adel in het oosten van Gelderland in de achttiende en vroege negentiende eeuw. Allereerst het met veel gevoel voor detail geschreven Tussen kasteel en kerk van Marc Lindeijer, waarin de lezer wordt meegevoerd naar de buitenplaatsen en kastelen van katholiek gebleven adellijke families. Deze families waren weliswaar vanwege hun geloof uitgesloten van de politieke macht op het gewestelijke toneel, maar slaagden er desondanks wel in om zich in hun adellijke stand te handhaven. Lindeijer laat heel mooi zien hoe zij dat deden, en besteedt vooral aandacht aan de manier waarop zij zich manifesteerden als beschermheren van plaatselijke katholieke geloofsgemeenschappen. Hoofdpersonen in zijn boek zijn de in de achttiende eeuw steeds rijker wordende Van der Heydens en aanverwante families als Van Dorth, Hacfort, Van Hövell, Van Lamsweerde en Van Nispen.

Door hun katholieke geloof leidden de door Lindeijer behandelde families tot op zekere hoogte een bestaan in de schaduw van de protestantse geslachten die wél ‘stem in staat’ hadden en zich dus verzekerd wisten van lucratieve ambten en commissies. De Van Westerholts op kasteel Hackfort bij Vorden hadden eveneens nauwelijks toegang tot de politieke macht. Deze uitsluiting werd echter niet door hun religie veroorzaakt – zij waren protestant – maar door de ernstige psychische problemen waarmee vooral de mannelijke telgen van de familie worstelden. Bert Koene reconstrueert in zijn opzienbarende Adel in opspraak zonder enige terughoudendheid deze problemen en hun verstrekkende gevolgen. De moeilijkheden op Hackfort begonnen nadat Johan Frederik van Westerholt in 1721 boven zijn stand was getrouwd met de dochter van een Pruisische veldheer. De oudste zoon uit dit ongelukkige huwelijk, dat in een scheiding zou eindigen, had een psychische stoornis en bracht meer dan de helft van zijn leven in opsluiting door. De tweede zoon raakte in allerlei schandalen verwikkeld, terwijl zijn veel jongere vrouw na zijn dood een seksuele verhouding aanging met een boerenzoon, die tenminste twee kinderen bij haar verwekte. Dat de reputatie van de Van Westerholts niet voorgoed werd gebroken, was uitsluitend te danken een zwager, die door Koene wordt gepresenteerd als een bekwaam crisismanager.
Hoe sterk de door Koene en Lindeijer beschreven leefwerelden ook uiteenliepen, zij vonden elkaar in manier waarop adellijke families omgingen met aan lager wal of in opspraak geraakte verwanten. De persoonlijke verlangens van die laatsten werden niet of nauwelijks gehoord en het ging uiteindelijk vrijwel uitsluitend om het toedekken van de schande die zij veroorzaakten. Want wat boven alles telde, was de eer van de familie.

Marc Lindeijer S.J., Tussen kasteel en kerk. De katholieke Gelderse adel, 1765-1827 (IJzerlo: Uitgeverij Fagus, 2014, 288 pag., ill.)
Bert Koene, Adel in opspraak. De Westerholts van Hackfort in de achttiende eeuw (Hilversum: Verloren, 2014, 160 pag., ill.)







maandag 17 februari 2014

Adel in de Kempen. Teksten van lezingen.

De Belgische Federatie van Geschied- en Oudheidkundige Kringen van Limburg organiseerde op 27 oktober 2012 in Lanaken een congres met als thema 'Adel in de Kempen'. In het derde nummer van jaargang 2013 van het kwartaalblad Limburg - Het Oude Land van Loon zijn de teksten van de lezingen van het congres gepubliceerd:
  • Het Huis Oranje-Nassau: een dynastie van overlevers, door A.C.M. Kappelhof. (Over de veranderende oriëntatie van dit huis van Duits naar Brabants, naar West-Europees, naar Noord-Nederlands.)
  • Grondrechten en opportuniteiten. Evolutie van het patrimonium van de heren van Pietersheim, door T. Waegeman
  • De ridderschap van Noord-Brabant, 1814-1850, door K. Douma.


Een abonnement op Limburg-Het Oude Land van Loon kost in België € 27,50 (Nederland € 32,50). Zie website. Losse nummers zijn voor zover bekend niet verkrijgbaar. Het tijdschrift is in te zien in de studiezaal ven het CBG in Den Haag.


woensdag 27 november 2013

Nederland's Patriciaat deel 92 (2013)

Eind vorige week verscheen het 92e deel van Nederland's Patriciaat (NP), waarin genealogieën van zes geslachten zijn opgenomen. Hiervan zijn er twee niet eerder gepubliceerd en drie langer dan zevenentwintig jaar geleden. De genealogie Van Brakel is een herziene editie van deel 91.  De andere heropnamen zijn Bake (Van den Wall Bake en De Menthon Bake), Blomhert, Everts en De Loos. Nieuw zijn Oosterbaan (Sneek) en Roes.

De grootste families zijn die van Bake en Everts evenals de voor het eerst opgenomen familie Roes. Bake is oorspronkelijk afkomstig uit Bremen en nazaten vertrokken omstreeks 1750 naar Amsterdam en Rotterdam en later naar Utrecht. Vanaf het begin van de 19e eeuw ontwikkelden zich drie takken: Bake, Van den Wall Bake (de grootste) en De Menthon Bake. De eerste generaties waren kooplieden, muntmeesters en ijzergieters, cargadoors en later directeuren in o.a. bank- en verzekeringswezen.  Verder waren Bake’s officieren en rechters, onder meer in Nederlands-Indië waar ze vanaf omstreeks 1840 hebben gewoond.  

Philip Pelgrim Everts (1783-1843) en 
Caroline Henriette Bake (1785-1850)
Everts is afkomstig van Kempen in het Duitse Nederrijngebied. Vanaf 1679 ontstond een tak in Nederland, eerst in Nijmegen en later te Arnhem. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw steeg de familie snel op de sociale ladder, waarbij Jacob Nicolaas Everts (1785-1846) in 1821 in de adelstand werd verheven. Latere generaties van de patricische tak waren o.m. artsen, hoge ambtenaren, fabrikanten, kooplieden (tabak), assuradeurs, officieren, burgemeesters enz., met subtakken in Amsterdam, Twello, ’s-Hertogenbosch, Nederlands-Indië en Nieuw-Zeeland.  Roes is een katholieke familie uit de Oude IJsselstreek en Overbetuwe, die in de tweede helft van de 19e eeuw opkwam in het lokale en regionale bestuur. Nazaten waren verder werkzaam als lederfabrikant, advocaat, rechter, notaris (tenminste 7x), arts, burgemeester enz. Opvallend zijn de verschillende huwelijken met leden van de patriciaatsfamilies Schaepman (7x) en Deurvorst (4x). Het totale aantal huwelijkse relaties met voornamelijk katholieke patriciaatsfamilies is met dertig zeer aanzienlijk.            

Kleinere families zijn Blomhert, De Loos en Oosterbaan. Blomhert is een kleine familie uit Haaften en vanaf het einde van de 17e eeuw te Zaltbommel, waar ze opklommen tot onder andere schepen, burgemeester, kerkmeester en vrederechter. Andere beroepen waren o.a. graankoper, fabrikant, predikant en apotheker. De jongere generaties waren o.m. arts, notaris, uitgever, rechter, directeur en manager. Ook maakten enkelen fortuin in Oost-Indië.
De bakermat van de familie De Loos is de Nederbetuwe en Gorinchem, vanwaar ze in het begin van de 18e eeuw terechtkwam in Rotterdam. Daar werden ze welvarend in de tabakshandel. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw kwamen beroepen als medicus en apotheker voor, verder in de diplomatie. Respectievelijk in 1884 en in 1999 zijn de dubbele namen Neuman de Loos en Dietz de Loos bij KB geregistreerd.
Tenslotte, Oosterbaan is een Friese familie afkomstig uit Sneek en (nog) niet aantoonbaar verwant aan de Harlingse Oosterbaans, die in deel 77 van NP zijn beschreven. De eerste generaties in de 17e eeuw waren  lijndraaiers of touwslagers. De naam Oosterbaan is daarvan afgeleid. Ze waren er toen tevens vroedsman, schepen en burgemeester. Vanaf het einde van de 18e eeuw legde men zich toe op de veefokkerij in Noordwest-Friesland. Ze waren er grote herenboeren, die mede aan de wieg stonden van het beroemde Friese stamboekvee. Qua sociale categorie behoorde de familie Oosterbaan tot de Friese boerenadel, vergelijkbaar met bekende families als Wassenaar en Galama.

Nederland’s Patriciaat 92 (2013) is en uitgave van het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) te ’s-Gravenhage. Deel 92 telt XVI en 472 pagina’s, met drie schema’s, tien wapentekeningen, 76 familieportretten, een lijst van 1791 opgenomen geslachten in 92 jaargangen en met een register. ISBN 978-90-5802-098-7.

De prijzen zijn voor:
Vrienden CBG € 47,- (afgehaald) en € 52,- (per post);
Niet-Vrienden € 52,50 (afgehaald) en € 57,50 (per post).

Nederland’s Patriciaat deel 92 (2013) is te verkrijgen bij
Centraal Bureau voor Genealogie, Prins Willem Alexanderhof 22, Postbus 11.755,
2502 AT DEN HAAG, tel. 070 - 3150 510, internet: www.cbg.nl.

Per email te bestellen bij het CBG onder vermelding van CBG-artikelnummer 83992.

donderdag 21 november 2013

Voor Ons en Ons Huis. Meer dan 100 jaar Huisorde van Oranje

Op donderdag 21 november vond in de Beresteynzaal van het CBG de presentatie plaats van Voor Ons en Ons Huis. Meer dan honderd jaar Huisorde van Oranje 1905-2005 (2011). De presentatie vormde de feestelijke afsluiting van een project dat Kees Mulder en Peter Christiaans dertien jaar geleden begonnen. De ondertitel verwoordt heel beknopt de strekking van het boek.

Voor Ons en Ons Huis beschrijft de geschiedenis en de betekenis van de Huisorde. Een groot deel van de 456 pagina’s wordt in beslag genomen door lange lijsten van gedecoreerden in de verschillende klassen, met waar mogelijk geboorte- en eventuele overlijdensdatum, functie en literatuurverwijzingen. Uiteraard is het boek voorzien van een index op naam. De Huisorde is de enige Nederlandse onderscheiding die de koning zonder ruggespraak kan verlenen en een overzicht van gedecoreerden geeft een boeiende inkijk in het hofleven.

Peter Christiaans overhandigde de eerste exemplaren aan mr. F.W. Kist, kanselier van de Huisorden, en aan mevr. drs. M.E. Spliethoff, auteur van vele werken over de geschiedenis van het Huis van Oranje-Nassau en oud-voorzitter van de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau. De uitgave kwam mede tot stand dankzij een genereuze gift van de Koninklijke Vereniging van Leden der Nederlandse Ridderorden.

Het fraai ingebonden boek kost € 39,95 (Vrienden betalen € 34,95), Bij afhalen aan de balie van het CBG in Den Haag geldt € 5,- korting. Het boek kan per email worden besteld onder vermelding van artikelnummer (88641) en eventueel Vriendennummer.

donderdag 31 oktober 2013

Deftig en ondernemend Amsterdam 1870-1910


De negentiende eeuw is een tijd van enorme veranderingen. Nog natrillend van de schok van de Franse Revolutie en de daarop volgende Franse overheersing is Nederland opeens een koninkrijk geworden, met een nieuw bestuurssysteem. Nieuwe technische ontwikkelingen en mogelijkheden vragen om besluitvaardigheid en durf. De moderne tijd laat oude handelshuizen financieel wankelen.

Veel oude Amsterdamse patricische families konden zich maar moeilijk handhaven. Een nieuwe elite, deels bestaand uit doopsgezinden en joden, betreedt het toneel. Een voorbeeld is Jan Boissevain, die op tijd het belang van de stoomvaart inzag, en de Stoomvaart-Maatschappij “Nederland” oprichtte, waarmee hij een snelle verbinding met Indië tot stand bracht.

Leden van de nieuwe elite hadden vanzelfsprekend ook de behoefte om elkaar te ontmoeten, om te netwerken en te ontspannen. Dat leidde bijvoorbeeld tot de bouw van het Concertgebouw, de oprichting van de Groote Club, en de stichting van het Stedelijk Museum en het Dames-Leesmuseum. In de jaren 1870 ontstonden talloze nieuwe organisaties, verenigingen en instellingen – waaronder ook die voor sociale zorg, zoals het Burgerziekenhuis.
Barbara van Vonderen schreef over deze nieuwe elite het boek Deftig en ondernemend Amsterdam 1870-1910. Daarin beschrijft zij uitgebreid de netwerken – door huwelijken, maar ook bijvoorbeeld door gezamenlijke schooljaren op het nieuwe onderwijsinstituut Noortheij – die in de nieuwe elite ontstonden. Ook de specifiek voor of door vrouwen opgerichte organisaties en verenigingen spelen een belangrijke rol in de laat-negentiende-eeuwse samenleving. Opvallende afwezige in het boek is de katholieke elite. Belangrijke families als Brenninkmeijer, Alberdingk Thijm, Vroom en Dreesmann hebben juist in de beschreven periode een grote invloed gehad op het straatbeeld en de economie van de stad. In bestuurlijke functies werden zij tot in het begin van de twintigste eeuw niet toegelaten; dat zal hun afwezigheid verklaren.

Barbara van Vonderen, Deftig en ondernemend Amsterdam 1870-1910 (Meulenhoff 2013) € 27,95

dinsdag 27 augustus 2013

Kastelen in Gelderland



Op 5 september 2013 wordt het langverwachte overzichtswerk Kastelen in Gelderland gepresenteerd. Gelderland, de grootste provincie van Nederland, is rijk aan kastelen die nauw zijn verbonden met de Gelderse geschiedenis en met de ontwikkeling van het landschap. Kastelen vormden vaak het centrum van een machtsgebied, zoals een heerlijkheid, een graafschap of een hertogdom. De locatie van een kasteel binnen zo’n gebied werd bepaald door verschillende factoren, zoals de aanwezigheid van een rivier of een belangrijke handelsroute. Ook in de vorm van de kastelen is er grote verscheidenheid. Ze werden aangepast aan veranderende wooneisen en verdedigingstechnieken.

In de vijftiende en zestiende eeuw verloren de meeste Gelderse kastelen hun defensieve functie. Verschillende burchten werden afgebroken en al dan niet vervangen door landhuizen of buitenplaatsen. Vanaf de negentiende eeuw zijn verschillende Gelderse kastelen gerestaureerd, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog raakten veel van de nog overgebleven kastelen alsnog zwaar beschadigd. Van de circa 390 middeleeuwse kastelen en burchten die zijn gebouwd in Gelderland, zijn er daardoor nu nog zo’n 170 over. Veel daarvan, zoals de indrukwekkende middeleeuwse burcht Ammersoyen, zijn tegenwoordig toegankelijk voor het publiek.

Kastelen in Gelderland – het eindproduct van een vruchtbare samenwerking tussen het Gelders Genootschap, Gelders Erfgoed, het Gelders Archief, de Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen en Uitgeverij Matrijs – bestaat uit een gedeelte met algemene hoofdstukken en een gedeelte met kasteelbeschrijvingen. In de inleidende hoofdstukken wordt onder meer aandacht besteed aan de geografische ligging van de kastelen, de veranderende politieke omstandigheden vanaf de middeleeuwen, de families en bewoners en bouwkundige ontwikkelingen. Ook de ontwikkeling van tuinen, parken en landschappen komt aan de orde, alsmede de veranderingen in het gebruik van de kasteelcomplexen en de kastelen die uit het landschap zijn verdwenen. De kasteelbeschrijvingen zijn per gemeente gerangschikt: alle 56 Gelderse gemeentes komen aan bod. Het boek is rijk geïllustreerd met historische afbeeldingen, plattegronden en foto’s.

J. Jas e.a. (red.), Kastelen in Gelderland
616 blz. | 22 x 28 cm | genaaid gebonden | rijk geïllustreerd in kleur
ISBN 978 90 5345 410 7
Prijs: tot 1 januari 2014 slechts € 49,95 (daarna € 59,95)
Te koop in de Gelderse boekhandel en op www.matrijs.com

woensdag 7 augustus 2013

Inhoud Virtus, jaargang 2012

Virtus, Jaarboek voor Adelsgeschiedenis, is sinds 2003 het rijk geïllustreerde jaarboek van de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis. Naast een aantal kortere artikelen, boeksignaleringen en discussiebijdragen bevat Virtus 2012 (jaargang 19) de volgende hoofdartikelen:
  • Op naar revisie en synthese.Recente trends in het onderzoek naar de adel in de middeleeuwse Nederlanden, door Arie van Steensel
  • Adel en staat in vroegmodern Europa. De omkering van een geschiedbeeld, door Jeroen Duindam
  • Adel tijdens Opstand en Republiek. Oude en nieuwe perspectieven, door Conrad Gietman
  • Aristocratische distinctie en aan de top blijven. Dertig jaar onderzoek naar de Nederlandse adel in de lange negentiende eeuw, door Yme Kuiper
  • Why and how does the Dutch nobility retain its social relevance?, door Simon Ungerand en Jaap Dronkers
  • Educating Johan Willem Friso (1687-1711) of Nassau-Dietz Huguenot Tutorship at the Court of the Frisian Stadtholders, door Michaël Green
  • Kunst verzamelen, mecenaat en statusvertoon De verzamelingen van Hendrik van Slingelandt (1702-1759) als distinctiemiddel, door Martin van den Broeke

Leden van de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis ontvangen Virtus ieder jaar kosteloos. Een lidmaatschap kost € 20,- (Studenten € 15,-). Zie website.