vrijdag 5 december 2014

Deel 98 (2013-2014) Nederland's Adelsboek verschenen


Tijdens het adelssymposium, op 28 november j.l., werden de eerste exemplaren van het laatste deel van de zogenaamde Nieuwe Historische Reeks van het Nederland´s Adelsboek aangeboden. Zowel de vice-voorzitter van de Nederlandse Adelsvereniging Mr. Ruud H.M.J. baron van Hövell tot Westerflier als redactie-edviseur Mr. Otto Schutte kregen het nieuwste deel van de reeks.

Jhr. Mr. Hubert Matthijs Adriaan
Jan van Asch van Wijck
In het boek worden de geslachten Von Winning, Van Winter, Van Haersma de With, Wittert, Wladimiroff, Wolff Metternich, Van Wolfsramsdorff, Von Wrangel auf Lindenberg, Wttewaall van Stoetwegen, Barchman Wuytiers, Van Asch van Wijck, Van der Wyck, Von Wydenbruck, De Wijkerslooth, De Wymar, Van Wijnbergen, Van Hangest d’ Yvoy, Van Zuylen van Nievelt, Van Zuylen van Nyevelt behandeld. De stamreeks Wladimiroff is nieuw in NA.

Kenau Hasselaer
De verkoopprijs bedraagt per deel € 64,- (incl. verzendkosten). Vrienden van het CBG ontvangen korting en betalen € 59,- (incl. verzendkosten). Bij bestelling vanuit het buitenland worden extra kosten (verzend- en bankkosten) in rekening gebracht.
Deze nieuwe uitgave is het twintigste en tevens laatste deel van de nieuwe historische reeks van Nederland’s Adelsboek. Als u nu alle reeds verschenen delen uit de historische reeks in een keer bestelt geldt er een speciale kortingsregeling; de prijs bedraagt dan voor de twintig delen € 796,25 (incl. verzendkosten). Vrienden betalen € 726,25 (incl. verzendkosten).

maandag 1 december 2014

Nederland's Patriciaat 93 (2014) verschijnt deze maand


Johannes van Dobben (1772-1839) Johanna van Oijen (1781-1846)
Het 93e deel van Nederland's Patriciaat bevat de genealogieën van acht geslachten, waarvan vier niet eerder werden opgenomen in Nederland’s Patriciaat (NP) en vier langer dan tweeënveertig jaar geleden. De nieuwe genealogieën zijn van de families Van Dobben, (Lammers) Lisnet, (Van der Schatte, Van de Velde) Olivier en Schepel. De heropnamen zijn van Kamerling, Schaepman, Van Spaendonck en Wyers.

Onder de heropnamen zijn drie katholieke families, waarvan Schaepman en Van Spaendonck zeer omvangrijk en Wyers van gemiddelde grootte is. Schaepman komt oorspronkelijk uit Twente en Zwolle, maar de familie werd vooral bekend door een aantal geestelijken die in de nationale politiek van de 19e eeuw opereerden. De bekendste is wel Herman Schaepman (1844-1903) als één van de voorlopers van de RKSP (Rooms-Katholieke Staatspartij). Van Spaendonck was één van de wolfabrikantenfamilies van Tilburg, met twee illustere voorgangers in de kunst met de broers Gerardus en Cornelis van Spaendonck. Zij werkten beiden als bloemenschilders aan het Franse hof aan het einde van de 18e en in het begin van de 19e eeuw. Opvallend is het grote aantal ondernemers in de jongste generaties van dit geslacht. Wyers komt uit Zuid-Limburg en besteeg de sociale ladder na binnenkomst te Dordrecht, waar in 1797 een familiefirma in manufacturen werd opgericht.
Kamerling ten slotte is een protestantse familie uit West-Brabant met wortels in Overijssel onder de naam Van Buchorst. Vooral in Breda werden ze prominent in de 17e en 18e eeuw met latere takken in Suriname, de Goudkust in West-Afrika en in Oost-Indië.

De nieuwe patriciaatsfamilies zijn over het algemeen wat kleiner en hebben een gevarieerde afkomst. Olivier dook op in Friesland in de 18e eeuw en had volgens overlevering een Franse herkomst. Naast Olivier ontwikkelden zich in Zeeland takken Van de Velde Olivier en Van der Schatte Olivier, waarvan eerstgenoemde is uitgestorven. Van der Schatte Olivier verspreidde zich in Holland. De familie Van Dobben liet van zich spreken als boekdrukkers te Haarlem in de loop van de 19e eeuw. Een nazaat kocht in 1851 de heerlijkheid Zevenhoven en Noorden en zijn nakomelingen trouwden met leden van vooraanstaande families.
(Lammers) Lisnet is een echt Nederlands-Indische familie, van wie voorvader Jan Hendrik Lisnet in 1768 te Batavia aankwam. Zijn voorouders kwamen waarschijnlijk uit het Duitse Rijk, vestigden zich te Hoorn en vandaaruit in Oost-Indië. Daar ontwikkelden zij zich als een succesvolle familie met planters en hoge ambtenaren van het binnenlands bestuur.
Schepel komt uit Noordbroek in Oost-Groningen en vanuit een agrarische achtergrond werkten enkele nazaten zich op in de nationale politiek, in het bijzonder in de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Nederland’s Patriciaat 93 (2014) is een uitgave van het Centraal Bureau voor Genealogie te Den Haag. ISBN/EAN 978-90-5802-100-7.
Dit deel omvat XVI en 499 pagina’s, met 2 schema’s, 12 wapentekeningen, 90 familieportretten,
een lijst van 1795 opgenomen geslachten in 93 jaargangen en met een index.

De prijzen zijn voor Vrienden van het CBG € 48,- (afgehaald) en € 53,- (per post).
Voor niet-Vrienden kost een exemplaar € 53,50 (afgehaald) en € 58,50 (per post).

Te bestellen per email of telefonisch (070 - 3150 510).

vrijdag 21 november 2014

28 november: CBG-symposium over 200 jaar Nederlandse adel

Voor de geschiedenis van de Nederlandse adel is 2014 een bijzonder jaar. Allereerst omdat de door Willem I ingestelde Koninkrijksadel zijn tweehonderdste verjaardag viert. Die gebeurtenis is afgelopen zomer feestelijk herdacht in de Ridderzaal met de presentatie van het Wapenregister van de Nederlandse adel. In november wordt bovendien de huidige historische reeks van Nederland’s adelsboek, onder ingewijden ook wel ‘het rode boekje’ genoemd, afgesloten.

19de-eeuws harnas, C.J. Begeer
Deze serie begon in 1988 en had – net als eerdere historische reeksen – de ambitie om de hele Nederlandse adel sinds 1814 te boekstaven. Ook de stamreeksen van de bijna zeshonderd hiertoe behorende adellijke families werden kritisch onderzocht. Het genealogisch onderzoek bleek veel meer tijd in beslag te nemen dan aanvankelijk werd gedacht, maar mede dankzij subsidiënten kan nu, 26 jaar later, toch het twintigste en laatste deel van de reeks worden gepresenteerd. Een onmisbaar naslagwerk is het resultaat, niet alleen voor de Nederlandse adel, maar ook en vooral voor genealogen, historici, kunsthistorici, sociale wetenschappers, enzovoorts.
In samenwerking met de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis en het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde organiseert het Centraal Bureau voor Genealogie op 28 november a.s. bij de voltooiing van de nieuwe historische reeks van  Nederland’s adelsboek het symposium ‘Nederlandse adel 1814-2014: genealogie – heraldiek – iconografie’.
In twaalf korte presentaties gaan evenveel deskundige sprekers in op de drie pijlers van het ‘rode boekje’: genealogie, heraldiek en iconografie. Deze drie thema’s bieden samen een verrassend licht op twee eeuwen Nederlandse adelsgeschiedenis. 
In de ochtendsessie staat genealogie centraal. In de eerste helft van de negentiende eeuw was het boekstaven van de Nederlandse adel het werk van antiquarische geschiedschrijvers. Prof. Yme Kuiper zal de wonderlijke wereld van de geleerde genealoog jhr. Montanus de Haan Hettema, auteur van het Stamboek van de Friese adel voor het voetlicht brengen. Daarbij laat hij zien dat in het jonge koninkrijk romantiek en geschiedvorsing hand in hand gingen. In de tweede helft van negentiende eeuw werden de eerste pogingen gedaan om naar buitenlands voorbeeld tot genealogische verzamelwerken te komen waarin alle adellijke families van het Koninkrijk een plaats zouden krijgen. In 1903 resulteerden die pogingen in het eerste deel van Nederland’s Adelsboek. Gaandeweg kreeg kritisch onderzoek in het ‘rode boekje’ meer ruimte. Uit de reacties op ‘onthoofde stamreeksen’ en de voortdurende betrokkenheid van adellijke families op hun oorsprong en afkomst blijkt echter dat oorsprongsverhalen en genealogisch bewustzijn in moderne adelsconcepten een vooraanstaande plaats blijven innemen.
Naast genealogie vormt heraldiek een belangrijk instrument van adellijke representatie. De heraldische afbeeldingen in ieder hoofdstuk van het adelsboekje vormen de neerslag van de officiële registratie van adellijke familiewapens door de Hoge Raad van Adel. In drie voordrachten zal worden ingegaan op het proces van registratie bij de Raad, het werk van voor de Raad werkzame wapentekenaars en op de spanning tussen heraldische regelgeving en praktijk.
In de laatste sessie wordt nader ingegaan op de iconografie van de Nederlandse adel. Al sinds de beginjaren worden in Nederland’s Adelsboek fotoportretten van edelen opgenomen. Voor de oorlog zorgde dit nogal eens voor problemen, omdat de redactie geen plaats wenste in te ruimen voor wat zij ‘hansworsten’, ‘janklaassens’ en ‘snobs’ noemde. In latere jaargangen kwam er steeds meer ruimte voor portretten: van oude olieverfschilderijen, gravures en pastels tot daguerreotypieën en soms zelfs een informeel kiekje. Hoog tijd om eens nader te kijken naar de portrettradities binnen de Nederlandse adel in de negentiende en twintigste eeuw. 

Programma
10.30-10.40  Redmer Alma (voorzitter Werkgroep Adelsgeschiedenis) –  Inleiding

I. Genealogie

10.40-11.00  Prof. Yme Kuiper (RU Groningen) – De uitvinding van de Friese adel

11.00-11.20  Conrad Gietman (CBG/Hoge Raad van Adel) – Een bolwerk tegen de herenhaterij. Aristocratische genealogiebeoefening in Nederland (1850-1950)

11.20-11.40 Daan de Clercq (Hist. Bureau De Clercq) – ‘Gesprooten uute stadt van Gendt’? Familieoverlevering en modern genealogisch onderzoek naar de familie Van Utenhove

11.40-12.00  Tom de Witt Hamer (voorzitter KNGGW) – Van het blauwe naar het rode boekje: Versélewel de Witt Hamer

12.00-12.15  Discussie

12.15-13.30  Lunch 

II. Heraldiek

13.30-13.50 Jos van de Borne (Hoge Raad van Adel) – De registratie van adellijke wapens bij de Hoge Raad van Adel

13.50-14.10 Henk ’t Jong (Historisch Adviesbureau ’t Scrapeel) – De wapentekenaars van de Hoge Raad van Adel en hun invloed op de perceptie van adellijke wapens in Nederland

14.10-14.30 Guus van Breugel (CBG) – Adellijke heraldiek: perceptie, pretentie en toepassing

14.30-14.45 Discussie

14.45-15.20  Theepauze

III. Iconografie

15.20-15.40  Sabine Craft (RKD) – Portretten uit de historische collectie van kasteel Duivenvoorde ca. 1800-1950: een casestudy

15.40-16.00  Hans Rooseboom (Rijksmuseum) – Een nieuwe kunst, een nieuwe illusie

16.00-16.15  Discussie

Slot

16.15-16.30 Zwanet Plomp (CBG) – Blauw bloed in een rood boekje. Herinneringen aan 35 jaar Nederland’s Adelsboek

16.30 Aanbieding eerste exemplaren van het laatste deel van de historische reeks van Nederland’s Adelsboek

16.45 Afsluitende borrel

Het symposium vindt plaats bij het Centraal Bureau voor Genealogie, Prins Willem-Alexanderhof 22, 2595 BE Den Haag. De kosten voor deelname (inclusief koffie, thee, lunch, borrel na afloop) bedragen voor vrienden-donateurs van het CBG en leden van de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis en het KNGGW (inclusief koffie, thee, lunch, borrel na afloop) € 25,-, overige belangstellenden betalen € 30,-.

U kunt het symposium bijwonen door een mail te sturen naar registratie@cbg.nl onder vermelding van ‘Adelssymposium’. U ontvangt dan een factuur. De reservering is pas definitief na betaling van de factuur. De mogelijkheid tot inschrijving is inmiddels gesloten. (Uitverkocht.)

woensdag 10 september 2014

Inhoud Virtus, jaargang 2013

Virtus, Jaarboek voor Adelsgeschiedenis, is sinds 2003 het rijk geïllustreerde jaarboek van de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis. Naast een aantal kortere artikelen bevat Virtus 2013 (jaargang 20) de volgende hoofdartikelen:

  • De Gelderse bannerheren in de vijftiende eeuw, door Henny Denessen
  • Van Haren's Church (1682-1686). Contested space and other paradigms for the construction of early modern nobility, door Kees Kuiken
  • Dutch test acts. Oaths, office holding and the catholic nobility in the province of Utrecht, c. 1580-1700, door Jaap Geraerts
  • American mimicry? De planteraristocratie en de Amerikaanse burgeroorlog, door Wybren Verstegen
  • 'Gelukkig heb ik ten minste mijn eigen zilver meegebracht'. Adellijk zelfbesef bij mr. J.P. graaf Van Limburg Stirum (1873-1948), door Elisabeth Locher-Scholten
Daarnaast bevat Virtus dit jaar een speciaal dossier over buitenplaatsen:
  • Onderweg naar nieuw onderzoek van de buitenplaatscultuur in Nederland en België. Een inleiding op het recensiedossier kastelen en Buitenplaatsen, door Yme Kuiper en Hanneke Ronnes
  • Van het ene kasteel naar het andere. Drie bundels nader bekeken, door Yme Kuiper
  • Vechtse tuinen, een Utrechts landgoed en historische buitenplaatsen. Drie recente publicaties, door Wendy Landewé
  • De Nederlandse buitenplaats. Van biotoop tot kroonjuweel, door Elyze Storms-Smeets
  • Onder castellologen. Drie recente studies over kastelen in Nederland, door Hanneke Ronnes
  • Een langverwachte inhaalbeweging. Recente studeis over kastelen en buitenplaatsen in België, door Dries Raeymaekers

Leden van de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis ontvangen Virtus ieder jaar kosteloos. Een lidmaatschap kost € 20,- (Studenten € 15,-). Zie website.

Adellijke leefwerelden in het oosten van Gelderland

Afgelopen maanden verschenen twee studies die een indringend beeld schetsen van de levenssfeer van de adel in het oosten van Gelderland in de achttiende en vroege negentiende eeuw. Allereerst het met Tussen kasteel en kerk van Marc Lindeijer, waarin de lezer wordt meegevoerd naar de buitenplaatsen en kastelen van katholiek gebleven adellijke families. Deze families waren weliswaar vanwege hun geloof uitgesloten van de politieke macht op het gewestelijke toneel, maar slaagden er desondanks wel in om zich in hun adellijke stand te handhaven. Lindeijer laat heel mooi zien hoe zij dat deden, en besteedt vooral aandacht aan de manier waarop zij zich manifesteerden als beschermheren van plaatselijke katholieke geloofsgemeenschappen. Hoofdpersonen in zijn boek zijn de in de achttiende eeuw steeds rijker wordende Van der Heydens en aanverwante families als Van Dorth, Hacfort, Van Hövell, Van Lamsweerde en Van Nispen.
veel gevoel voor detail geschreven

Door hun katholieke geloof leidden de door Lindeijer behandelde families tot op zekere hoogte een bestaan in de schaduw van de protestantse geslachten die wél ‘stem in staat’ hadden en zich dus verzekerd wisten van lucratieve ambten en commissies. De Van Westerholts op kasteel Hackfort bij Vorden hadden eveneens nauwelijks toegang tot de politieke macht. Deze uitsluiting werd echter niet door hun religie veroorzaakt – zij waren protestant – maar door de ernstige psychische problemen waarmee vooral de mannelijke telgen van de familie worstelden. Bert Koene reconstrueert in zijn opzienbarende Adel in opspraak zonder enige terughoudendheid deze problemen en hun verstrekkende gevolgen. De moeilijkheden op Hackfort begonnen nadat Johan Frederik van Westerholt in 1721 boven zijn stand was getrouwd met de dochter van een Pruisische veldheer. De oudste zoon uit dit ongelukkige huwelijk, dat in een scheiding zou eindigen, had een psychische stoornis en bracht meer dan de helft van zijn leven in opsluiting door. De tweede zoon raakte in allerlei schandalen verwikkeld, terwijl zijn veel jongere vrouw na zijn dood een seksuele verhouding aanging met een boerenzoon, die tenminste twee kinderen bij haar verwekte. Dat de reputatie van de Van Westerholts niet voorgoed werd gebroken, was uitsluitend te danken een zwager, die door Koene wordt gepresenteerd als een bekwaam crisismanager.
Hoe sterk de door Koene en Lindeijer beschreven leefwerelden ook uiteenliepen, zij vonden elkaar in manier waarop adellijke families omgingen met aan lager wal of in opspraak geraakte verwanten. De persoonlijke verlangens van die laatsten werden niet of nauwelijks gehoord en het ging uiteindelijk vrijwel uitsluitend om het toedekken van de schande die zij veroorzaakten. Want wat boven alles telde, was de eer van de familie.

Marc Lindeijer S.J., Tussen kasteel en kerk. De katholieke Gelderse adel, 1765-1827 (IJzerlo: Uitgeverij Fagus, 2014, 288 pag., ill.)
Bert Koene, Adel in opspraak. De Westerholts van Hackfort in de achttiende eeuw (Hilversum: Verloren, 2014, 160 pag., ill.)

maandag 17 februari 2014

Adel in de Kempen. Teksten van lezingen.

De Belgische Federatie van Geschied- en Oudheidkundige Kringen van Limburg organiseerde op 27 oktober 2012 in Lanaken een congres met als thema 'Adel in de Kempen'. In het derde nummer van jaargang 2013 van het kwartaalblad Limburg - Het Oude Land van Loon zijn de teksten van de lezingen van het congres gepubliceerd:
  • Het Huis Oranje-Nassau: een dynastie van overlevers, door A.C.M. Kappelhof. (Over de veranderende oriëntatie van dit huis van Duits naar Brabants, naar West-Europees, naar Noord-Nederlands.)
  • Grondrechten en opportuniteiten. Evolutie van het patrimonium van de heren van Pietersheim, door T. Waegeman
  • De ridderschap van Noord-Brabant, 1814-1850, door K. Douma.


Een abonnement op Limburg-Het Oude Land van Loon kost in België € 27,50 (Nederland € 32,50). Zie website. Losse nummers zijn voor zover bekend niet verkrijgbaar. Het tijdschrift is in te zien in de studiezaal ven het CBG in Den Haag.


woensdag 27 november 2013

Nederland's Patriciaat deel 92 (2013)

Eind vorige week verscheen het 92e deel van Nederland's Patriciaat (NP), waarin genealogieën van zes geslachten zijn opgenomen. Hiervan zijn er twee niet eerder gepubliceerd en drie langer dan zevenentwintig jaar geleden. De genealogie Van Brakel is een herziene editie van deel 91.  De andere heropnamen zijn Bake (Van den Wall Bake en De Menthon Bake), Blomhert, Everts en De Loos. Nieuw zijn Oosterbaan (Sneek) en Roes.

De grootste families zijn die van Bake en Everts evenals de voor het eerst opgenomen familie Roes. Bake is oorspronkelijk afkomstig uit Bremen en nazaten vertrokken omstreeks 1750 naar Amsterdam en Rotterdam en later naar Utrecht. Vanaf het begin van de 19e eeuw ontwikkelden zich drie takken: Bake, Van den Wall Bake (de grootste) en De Menthon Bake. De eerste generaties waren kooplieden, muntmeesters en ijzergieters, cargadoors en later directeuren in o.a. bank- en verzekeringswezen.  Verder waren Bake’s officieren en rechters, onder meer in Nederlands-Indië waar ze vanaf omstreeks 1840 hebben gewoond.  

Philip Pelgrim Everts (1783-1843) en 
Caroline Henriette Bake (1785-1850)
Everts is afkomstig van Kempen in het Duitse Nederrijngebied. Vanaf 1679 ontstond een tak in Nederland, eerst in Nijmegen en later te Arnhem. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw steeg de familie snel op de sociale ladder, waarbij Jacob Nicolaas Everts (1785-1846) in 1821 in de adelstand werd verheven. Latere generaties van de patricische tak waren o.m. artsen, hoge ambtenaren, fabrikanten, kooplieden (tabak), assuradeurs, officieren, burgemeesters enz., met subtakken in Amsterdam, Twello, ’s-Hertogenbosch, Nederlands-Indië en Nieuw-Zeeland.  Roes is een katholieke familie uit de Oude IJsselstreek en Overbetuwe, die in de tweede helft van de 19e eeuw opkwam in het lokale en regionale bestuur. Nazaten waren verder werkzaam als lederfabrikant, advocaat, rechter, notaris (tenminste 7x), arts, burgemeester enz. Opvallend zijn de verschillende huwelijken met leden van de patriciaatsfamilies Schaepman (7x) en Deurvorst (4x). Het totale aantal huwelijkse relaties met voornamelijk katholieke patriciaatsfamilies is met dertig zeer aanzienlijk.            

Kleinere families zijn Blomhert, De Loos en Oosterbaan. Blomhert is een kleine familie uit Haaften en vanaf het einde van de 17e eeuw te Zaltbommel, waar ze opklommen tot onder andere schepen, burgemeester, kerkmeester en vrederechter. Andere beroepen waren o.a. graankoper, fabrikant, predikant en apotheker. De jongere generaties waren o.m. arts, notaris, uitgever, rechter, directeur en manager. Ook maakten enkelen fortuin in Oost-Indië.
De bakermat van de familie De Loos is de Nederbetuwe en Gorinchem, vanwaar ze in het begin van de 18e eeuw terechtkwam in Rotterdam. Daar werden ze welvarend in de tabakshandel. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw kwamen beroepen als medicus en apotheker voor, verder in de diplomatie. Respectievelijk in 1884 en in 1999 zijn de dubbele namen Neuman de Loos en Dietz de Loos bij KB geregistreerd.
Tenslotte, Oosterbaan is een Friese familie afkomstig uit Sneek en (nog) niet aantoonbaar verwant aan de Harlingse Oosterbaans, die in deel 77 van NP zijn beschreven. De eerste generaties in de 17e eeuw waren  lijndraaiers of touwslagers. De naam Oosterbaan is daarvan afgeleid. Ze waren er toen tevens vroedsman, schepen en burgemeester. Vanaf het einde van de 18e eeuw legde men zich toe op de veefokkerij in Noordwest-Friesland. Ze waren er grote herenboeren, die mede aan de wieg stonden van het beroemde Friese stamboekvee. Qua sociale categorie behoorde de familie Oosterbaan tot de Friese boerenadel, vergelijkbaar met bekende families als Wassenaar en Galama.

Nederland’s Patriciaat 92 (2013) is en uitgave van het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) te ’s-Gravenhage. Deel 92 telt XVI en 472 pagina’s, met drie schema’s, tien wapentekeningen, 76 familieportretten, een lijst van 1791 opgenomen geslachten in 92 jaargangen en met een register. ISBN 978-90-5802-098-7.

De prijzen zijn voor:
Vrienden CBG € 47,- (afgehaald) en € 52,- (per post);
Niet-Vrienden € 52,50 (afgehaald) en € 57,50 (per post).

Nederland’s Patriciaat deel 92 (2013) is te verkrijgen bij
Centraal Bureau voor Genealogie, Prins Willem Alexanderhof 22, Postbus 11.755,
2502 AT DEN HAAG, tel. 070 - 3150 510, internet: www.cbg.nl.

Per email te bestellen bij het CBG onder vermelding van CBG-artikelnummer 83992.